Danserfgoed

A​ls Huis voor Dans​ startte STUK enkele jaren geleden met een werking rond danserfgoed. Ontdek hier alles over deze bijzondere werking.

Van alle kunstvormen is dans de vluchtigste: na de opvoering blijven voor het publiek enkel herinneringen of materiële sporen zoals filmopnames of recensies bestaan. Niet de dans zelf. Bij de dansers leeft een voorstelling verder als belichaamde kennis. Hoe geef je dans dan door aan nieuwe generaties van publieken en dans(mak)ers? De werking van STUK rond immaterieel danserfgoed vertrekt van die vraag. Een expertisecentrum en het Body of Work festival bieden een antwoord. Coördinator Delphine Hesters licht toe:

‘Immaterieel erfgoed van de hedendaagse dans’, wat moeten we ons daarbij voorstellen?

DELPHINE De spontane reactie die ik het meest krijg is: ‘jullie richten dus een dansarchief op?’ Het antwoord op die vraag is: ‘nee!’ Archieven bevatten materiële sporen: notitieboekjes, video-opnames van repetities, recensies, technische plannen ... Wij vertrekken in onze werking net vanuit de dans zelf, het immateriële. Het gaat dan over voorstellingen, maar ook ruimer: over alles wat de praktijk van de dans is: het metier, de tools, alle soorten ‘danskennis’ van choreografen, maar ook van dansers of performers en dansleraren. Wat vraagt het om die specifieke kennis en om voorstellingen telkens weer door te kunnen geven?

Wat gaat er concreet in STUK?

DELPHINE De danserfgoedwerking bestaat uit twee sporen. Enerzijds is er het werk richting publiek, met Body of Work, het jaarlijkse festival rond levend danserfgoed. In even jaren geven we het festival invulling op basis van een thema. In oneven jaren wordt het festival opgebouwd rond een ‘klassieker’ van de hedendaagse dans, een voorstelling die deel is gaan uitmaken van ons cultureel erfgoed. De allereerste editie van Body of Work in 2025 met de titel Unfolding Fase vertrok van Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich van Anne Teresa De Keersmaeker / Rosas. In 2027 is het de beurt aan What the Body Does Not Remember van Wim Vandekeybus / Ultima Vez. Met die voorstellingen zetten de choreografen zich in de jaren 1980 meteen op de kaart. Ons doel is om dat ouder werk op een actieve manier door te geven aan nieuwe publieken en om te tonen hoe een voorstelling van gisteren de dans van vandaag telkens opnieuw kan inspireren. Daarvoor werken we onder andere samen met een hoop lokale partners, zoals 30CC, fABULEUS, Dansvloer, SLAC, Straatrijk en de KU Leuven.
Van 25 april tot 13 mei 2026 vindt het Body of Work festival plaats onder de titel Re:pertoire Het is de eerste editie met een thematische insteek, die toont hoe dansrepertoire op heel verschillende en verfrissende manieren wordt doorgegeven, herwerkt en bevraagd. Diverse projecten, die o.a. ook een stem geven aan de dansers en het publiek, zullen duidelijk maken dat ‘danserfgoed’ geen kwestie is van een afgesloten verleden dat netjes moet doorgegeven worden, maar wel iets waar we in het hier en nu actief mee aan de slag kunnen en mogen gaan.

Naast het jaarlijkse festival is er nog een tweede spoor dat minstens even belangrijk is, maar minder zichtbaar voor het publiek. We ontwikkelen een expertisecentrum rond immaterieel erfgoed van de hedendaagse dans: een plek of lab waar praktijk en onderzoek in elkaar haken. Hoe ‘bewaar’ je de belichaamde kennis van dansers? Op welke manieren kan technologie ingezet worden om die kennis door te geven? Hoe zorgen we ervoor dat meer diverse artiesten en danspraktijken gedocumenteerd kunnen worden? Dat is een opdracht voor de lange termijn en een samenwerking met vele partijen die nationaal en internationaal met het doorgeven van dans bezig zijn: in de danssector, maar ook het dansonderwijs, academisch onderzoek en het erfgoedveld.

Het DNA van STUK is dat van een kunstencentrum gefocust op nieuw en jong werk. Waarom dan die keuze voor erfgoed?

DELPHINE Omdat het nodig is. De hedendaagse dans die in onze contreien gemaakt wordt, is rijk en divers maar door haar sterke reputatie vergeten we soms hoe kwetsbaar ze is. Als we niet bewust werk maken van manieren om die rijkdom en expertise te capteren, kan die snel en onherroepelijk verloren gaan. Wat gebeurt er als makers stoppen of dansgezelschappen ophouden te bestaan? Die vraag is vandaag heel zichtbaar, nu de generatie die sinds de jaren 80 furore maakt stilaan aan het einde van haar carrière komt. Het geeft een sense of urgency, een oproep tot actie. Maar de uitdagingen die zich stellen, stellen zich uiteraard niet enkel voor die generatie. Onze danserfgoedwerking is er voor de dans in het algemeen.

Maar ‘kunst versus erfgoed’ is ook gewoon ook een valse tegenstelling. Erfgoed gaat sowieso niet over bewaren alleen of over het netjes en veilig in een doosje steken van oude dingen. Het gaat over kunnen doorgeven en dus net over het levend houden van kunst. Het gaat dus evenzeer over vandaag en morgen.

De Danserfgoed-projecten